De Ideale Drenkeling

Op een zonnige septemberdag in 2009 is fysiotherapeut en acteur Jelle Buning op Terschelling voor een cursus met als thema ‘Hoe groot/sterk ben ik?’. Op de ochtend van de eerste cursusdag neemt hij een verfrissende duik in zee. Heerlijke hoge golven. Euforische stemming.

Vijf kwartier later pikt het KNRM hem uit het woeste water. Uitgeput en met een kritieke lichaamstemperatuur van tweeëndertig graden. Later die dag maakt hij op het strand een nederige buiging naar de zee, in wiens grootheid hij het antwoord op de cursus vond.

“Door te ontdekken hoe klein je bent, kwam ik in contact met mijn kracht. De zee is de metafoor van ‘dingen in het leven die groter zijn dan ik’. Ik heb aangevoeld dat ik het niet zelf zou redden, maar ben wel blijven strijden. Daarmee is het een les in levenskracht geweest. Vanuit theatraal oogpunt is het een mooie tegenstelling: klein versus groot.” – Jelle Buning

Regisseur en tekstschrijver Nico van der Wijk vond dit waargebeurde verhaal zo tot de verbeelding spreken dat hij er een theatertekst mee ontwikkelde. Het stuk beschrijft onder andere wat er in de vijf kwartier dat Jelle tegen de golven vocht gebeurt. Hoe het besef groeit dat hij die dag gered moest worden, of dat hij het niet zou redden. Jelle vertelt het verhaal aan de hand van een aantal belangrijke personages: zijn vader die zweminstructeur was, zijn thuisblijvende zoontje die het onheil aanvoelt, de onbekende vrouw die op diezelfde dag door het KNRM levenloos uit het water werd gehaald, de strandjutter die door Jelle’s medezwemmers werd gealarmeerd, en het parallelle verhaal van Odysseus die terugverlangt naar zijn Ithaca, zijn thuis Zuidhorn.